5 prioriteiten voor de Vlaamse regering volgens ondernemers

Geplaatst door De redactie

Voka heeft een enquête gehouden onder 500 Vlaamse ondernemers met de vraag welke beleidsprioriteiten ze zien voor de Vlaamse overheid komend jaar. Op Vlaams niveau blijkt het onderwijs de grootste bezorgdheid van ondernemers. Waar liggen ze nog wakker van?

Met verkiezingen in mei 2024 is 2023 ook voor de Vlaamse regering het laatste jaar om nog echt zaken aan te pakken. Het is in elk geval nog veel te vroeg om nu al in campagnemodus te gaan. Er liggen ook op Vlaams niveau nog heel wat uitdagingen te wachten.

In Voka’s laatste enquête bij 500 Vlaamse ondernemers peilde de organisatie naar de beleidsprioriteiten voor de ondernemers. Hieronder de top vijf: 

1. Kwalitatief en meer ondernemingsgericht onderwijs

Moeilijkheden om geschikte mensen te vinden, is al jarenlang een belangrijke uitdaging voor de Vlaamse ondernemingen. En volgens de demografische vooruitzichten zal die krapte op de arbeidsmarkt de komende decennia alleen nog maar erger worden. Tegelijkertijd is er een quasi-continue stroom van berichten over de afnemende kwaliteit van ons onderwijs, wat uiteraard nog extra bijdraagt tot de kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt. 

2. Sneller en rechtszekerder vergunningenbeleid

Door de aanslepende procedures, inclusief beroepsmogelijkheden, om vergunningen te krijgen, lijkt het soms alsof hier ‘niets meer mogelijk is’. De onzekerheid over die timing is een belangrijke hindernis voor de bedrijfsinvesteringen.

Die staan vandaag onder druk door de economische onzekerheid, de dalende rendabiliteit en de stijgende financieringskosten, terwijl er net nood is aan een versnelling van de investeringen, o.m. voor de digitalisering en de duurzame transitie. Een sneller en rechtszekerder vergunningenbeleid zou op dat vlak soelaas kunnen bieden om een investeringsvriendelijker klimaat te creëren. 

3. Werking van de VDAB verbeteren

Naast het onderwijs op langere termijn, zou de VDAB op kortere termijn een belangrijke rol moeten kunnen spelen in de aanpak van de krapte op de arbeidsmarkt. De opvolging van niet-werkenden (en dat moet breder dan enkel de werkzoekenden), hen begeleiden naar vacatures en/of opleidingen en de samenwerking met de andere regionale organisaties zou allemaal effectiever moeten kunnen. 

4. Kinderopvang uitbreiden

Ook de kinderopvang is een belangrijke factor in het kader van de krapte op de arbeidsmarkt. Die kinderopvang botst al langer op haar limieten, maar het wordt moeilijk om te evolueren naar een werkzaamheidsgraad van 80% als werkende ouders niet kunnen rekenen op kwalitatieve, betrouwbare en betaalbare kinderopvang. Extra investeringen in de kinderopvang is uiteindelijk ook een onderdeel van een beter werkende arbeidsmarkt. 

 
5. Een definitief stikstofkader

Het tijdelijke stikstofkader staat onder druk. Onderneming hebben nood aan 100% duidelijkheid en een juridisch waterdichte regeling. Zonder definitief kader dreigt op termijn een de facto vergunningenstop. Dat soort onzekerheid is nefast voor de bedrijfsinvesteringen. Een definitief stikstofkader dringt zich sowieso op, en dat kan best nog deze legislatuur geregeld worden.