Nieuwe technologie maakt werknemers in de Belgische metaal- en textielindustrie naar eigen zeggen productiever, maar gaat ook gepaard met meer werkdruk en stress. Dat blijkt uit onderzoek van KU Leuven bij meer dan 2.800 werknemers.

Het Centrum voor Sociologisch Onderzoek onderzocht hoe werknemers technologie op de werkvloer ervaren. Veel respondenten vinden dat hun werk verbetert, maar niet noodzakelijk aangenamer wordt door nieuwe technologie. Ze melden een groter aantal taken en een toenemende complexiteit. Vooral digitale informatie- en communicatiesystemen die het werk moeten ondersteunen, gaan geregeld gepaard met een hogere belasting.
‘Technologie is niet vanzelf goed of slecht voor werknemers. De manier waarop een toepassing wordt ontworpen en ingevoerd, bepaalt mee of ze het werk echt ondersteunt of net de druk verhoogt’, zegt KU Leuven-onderzoeker Yennef Vereycken.
Arbeiders ervaren vaker extra werkdruk
De gevolgen verschillen naargelang de positie van werknemers. Hoger opgeleiden, bedienden en kaderleden ervaren technologie vaker als ondersteunend. Lager opgeleiden en arbeiders rapporteren vaker extra werkdruk, stress en complexer werk.
Ongeveer zeventig procent van de bevraagden zegt nooit of zelden betrokken te worden bij de planning en invoering van nieuwe technologie. Wie wel betrokken wordt, rapporteert systematisch minder werkdruk en stress. Volgens de onderzoekers onderstreept dat het belang van inspraak bij technologische veranderingen.
ACV-CSC METEA, dat de enquête verspreidde, pleit ervoor om de invoering van technologie op te nemen in het sociaal overleg. De vakbond wil dat ook opleiding, werkbaarheid en de gevolgen voor jobs vanaf het begin aan bod komen.
Weinig zicht op gebruik van persoonsgegevens
Werknemers hebben daarnaast beperkt zicht op de gegevens die over hen worden verzameld. Dertig procent zegt de eigen gegevens te kunnen raadplegen en 25 procent weet wat de werkgever met de verzamelde data doet. Toch gelooft negentig procent dat hun privacy wordt gerespecteerd. De onderzoekers spreken daarom van een ‘privacyparadox’.
Over arbeiders en lager opgeleiden worden volgens het onderzoek meer persoonsgegevens verzameld. Tegelijk zijn zij minder goed geïnformeerd over hun rechten en het gebruik van die gegevens dan hoger opgeleiden, bedienden en kaderleden.
Veertig procent van de bevraagden verwacht dat nieuwe technologie en artificiële intelligentie het aantal jobs zullen doen dalen. Een even grote groep verwacht geen verandering of juist een stijging.







