Innovatie staat centraal op ‘MIT Europe Conference’

Geplaatst door De redactie

Op 21 en 22 mei 2014 vond in Brussel de ‘MIT Europe Conference’ plaats. Dit is een congres waar wetenschappers van onder meer het gerenommeerde Massachussets Institute of Technology Belgische wetenschappers konden ontmoeten en toespreken. De nadruk lag onder meer op slimme stedenbouw, maar ook op de fabriek van de toekomst.

De MIT Europe Conference vindt elke twee jaar plaats en is een organisatie van Agoria (de federatie van ondernemingen in de technologische industrie) en Sirris, het collectief centrum van de Belgische technologische industrie. Het Massachussets Institute of Technology heeft dan weer tot doel kennis te verspreiden en studenten op te leiden op het vlak van onder meer wetenschap en technologie. Het was een drukte van jewelste in ‘Square’, het Brusselse Meeting Centre. Logisch: de MIT Europe Conference was een belangrijk trefpunt voor ceo’s en cto’s van innovatieve bedrijven uit Europa. Ze konden er twee dagen lang bijleren over de laatste innovaties, hun horizon verbreden en internationale contacten leggen.

Verstedelijking

Het centrale thema van dit congres was ‘Advanced Manufacturing & New Urbanism – A Blueprint for the Future’. De sprekers op het congres gingen dieper in op de groeiende verstedelijking van Europa.  Als de huidige trend zich doorzet, zal tegen 2050 maar liefst 82 procent van de bevolking in een stedelijk gebied wonen. Dit zorgt voor grote uitdagingen, waar technologie en nieuwe productietechnieken een belangrijke rol in zullen spelen.  De eerste dag van de conferentie begon, na een welkomstwoord door afscheidnemend Agoria-ceo Paul Soete en Karl Koster (directeur Corporate Relations bij MIT), en met een toespraak van Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad. De officieuze president van Europa wees op het belang van de ‘Fabriek van de toekomst’, iets waar Agoria ook naar streeft. Maar dat volstaat niet. ‘Ook kennis van de burgers is van groot belang om de steden te verbeteren’, voegde Van Rompuy er aan toe. Hij nam van de gelegenheid gebruik om Paul Soete, de afscheidnemende ceo van Agoria, te feliciteren met zijn rijke carrière.

Advanced Urbanism

De voormiddagsessies op de MIT Europe Conference draaiden vooral rond ‘Advanced Urbanism’, de vraag hoe steden zich in de toekomst kunnen aanpassen aan de veranderende eisen en omstandigheden. Alexander D’Hooghe, directeur van het Architectuurdepartement van het ‘Center for Advanced Urbanism’ van MIT opende de debatten. Dit centrum heeft tot doel om de dringende uitdagingen van de groeiende verstedelijking het hoofd te bieden. Thema’s als de mobiliteit, de kwaliteit van de publieke ruimte en ecologie nemen immers toe aan belang. D’Hooghe argumenteerde dat de maakindustrie best zijn plaats kan hebben in een stedelijke omgeving. Hiervoor moet de beschikbare ruimte wel optimaal worden gebruikt. Een mooi voorbeeld hiervan zag Alexander D’Hooghe in ‘Abbatoir’, het nieuwe project in Anderlecht, waar vijftig voedingswinkels een opslagruimte delen. Daarna was het de beurt aan Kent Larson, onderzoeker aan het MIT Media Laboratory. Zijn presentatie bouwde verder op die van Alexander D’Hooghe, in de zin dat ook Larson de steden, meer nog dan de landen, ziet als de motor van de innovatie. Toch is het maar de vraag hoe leefbaar steden kunnen blijven als we zien hoe geluidsoverlast, fileproblemen, luchtvervuiling en misdaad toenemen naarmate de bevolkingsdichtheid van een stad groeit. Larson stelde zijn onderzoek voor, dat onder meer steunt op data en onderzoek: het MIT voert simulaties uit en onderzoekt praktijkvoorbeelden om aan duurzame stedelijke planning te doen.

Advanced Manufacturing

Alexander D’Hooghe vertelde al over de terugkeer van de productie-industrie naar de steden en de namiddagsessie van de MIT Industry Conference stond dan ook volledig in het teken van ‘Advanced Manufacturing’, dat niet per definitie in een fabriek op een industrieterrein hoeft te gebeuren. Naar de presentatie van Skylar Tibbits hadden veel mensen uitgekeken. Hij leidt het ‘Self-Assembly Lab’ van het architectuurdepartement van MIT en vertelde over 4D-printing. Dit is een techniek waarbij meerdere materialen op elkaar reageren en waarbij de energie en de informatie van de ene overgaat in de andere. ‘De recente ontwikkelingen in de nanotechnologie, de synthetische biologie en de biomedische industrie hebben bewezen dat programmeerbare materialen en zelfassemblage een oplossing bieden voor steeds grotere capaciteiten’, vertelde Tibbits.

Robots als collega

Professor Brian Williams van MIT vertelde aansluitend over zijn onderzoek naar systemen die zelf kunnen ontdekken, opdrachten geven en zaken vaststellen. Kortom: robots, in de volksmond. Williams legde uit hoe deze toestellen kunnen meewerken aan projecten met menselijke arbeiders. Robots kunnen bijvoorbeeld een rol spelen in het meten van de output en ingrijpen waar nodig, wat de kwaliteit en het volume van het eindproduct alleen maar doet toenemen. Vandaag de dag zijn robots goedkoper en gebruiksvriendelijker dan ooit tevoren, zodat ze voor steeds meer bedrijven een optie zijn.

Complexe 3D-prints

Ook 3D-printing kreeg op de MIT Europe Conference voldoende aandacht. Dankzij deze techniek is het mogelijk om voorwerpen te produceren die op om het even welke andere manier niet mogelijk zou zijn. Wojciech Matusik, de volgende spreker, leidt de Computational Fabrication Group van MIT. Volgens hem is er inderdaad al veel vooruitgang gemaakt op het vlak van de output, maar zijn de software en de andere middelen voor de input nog onvoldoende ontwikkeld. Momenteel is het bijvoorbeeld zo dat 3D-printing slechts een materiaal per onderdeel toelaat, wat een belangrijke hinderpaal vormt bij het ontwerpen van tal van voorwerpen. Matusik stelde enkele systemen voor om nog complexere ontwerpen te maken.  Een eerste oplossing is ‘OpenFab’, een softwarepakket waarmee ontwerpers 3D-geprinte objecten in verschillende materialen kunnen maken. Dit programma werd geïnspireerd door gelijkaardige render software uit bijvoorbeeld de filmindustrie. Matusik stelde ook ‘Spec2Fab’ voor, waarmee functionele vereisten kunnen worden vertaald naar 3D-prints. Door in te voeren aan welke eisen het ontwerp moet voldoen, kiest de software welke materialen het best geschikt zijn.

Efficiënt met bronnen omgaan

Op 22 mei vond de derde sessie plaats, die draaide rond geavanceerde cityplanning en energie. Deze sessie bestond uit twee presentaties. Richard Hudson, CEO van Science Business Publishing, beet de spits af met een spreekbeurt over innovatieve steden. Als voorbeeld gaf hij Cambridge, waar 1.500 technologiebedrijven samen niet minder dan 57.000 mensen aan het werk zetten. Volgens Hudson is er een grote inspanning nodig om een ‘innovatieve stad’ te maken. ‘Er is daarom niet per se meer subsidie nodig, maar er moet slim mee worden omgesprongen’, argumenteerde Hudson.

Loungification

Aansluitend hierop was het tijd voor een panelgesprek over de rol van energie in de stad van de toekomst. Adèle Naudé Santos, Alexander D’Hooghe, Richard Hudson en Dirk Smit hadden het over de uitdagingen waar stadsplanners, wetenschappers en politici voor staan om de technologie en de vormen van de toekomst te ontwikkelen. De vier waren het er over eens dat efficiëntie belangrijk wordt, dankzij gebouwen met meerdere functies, slimme infrastructuur en innovatieve transportsystemen. Het evenement eindigde zoals het begonnen was, met een slotwoord van Alexander D’Hooghe van MIT. Hij stipte nog even de rol van de conferentie aan als bruggenbouwer op het vlak van techniek, politiek, ontwerp en business. Terugblikkend op deze boeiende tweedaagse kunnen we hem hier alleen maar in bijtreden.

www.agoria.be

www.sirris.be