De Europese staalprijzen kruipen al enkele maanden langzaam omhoog. Ook na de zomervakantie zette die beweging bij verschillende staalproducten door. Het gaat niet om grote prijsstijgingen, maar om een geleidelijke stijging die zich blijft voortzetten, ondanks de nog altijd matige Europese staalvraag en voortkwakkelende economie. Dat stelt het Staaljournaal van september van Noviostaal.

Toch krijgen Europese staalproducenten langzaam steeds meer ruimte om hogere prijzen te vragen. Import wordt bij verschillende productgroepen duurder of beperkter, terwijl hogere energie- en grondstofkosten de druk op producenten vergroten. De zwakke vraag bepaalt echter hoeveel ruimte er uiteindelijk is voor verdere prijsstijgingen.
Hogere prijzen krijgen voorzichtig voet aan de grond
Ook bij warmgewalste coils zetten de prijsverhogingen begin september door. In augustus verkochten staalfabrieken nog materiaal rond 710 – 730 euro per ton af fabriek. Begin september liepen de gerealiseerde prijzen op tot circa 750 euro. Huidige aanbiedingen liggen inmiddels veelal hoger, maar tegen de hoogste vraagprijzen, die soms al richting de 800 euro per ton gaan, wordt nog weinig materiaal verkocht. De vraag blijft matig, maar staalfabrieken houden vooralsnog vast aan hun hogere prijzen. Naast de beperktere beschikbaarheid en hogere energiekosten speelt ook de afgenomen concurrentie van importen een rol.
In Italië verkochten staalfabrieken begin september Sendzimir coils rond 840 – 850 euro per ton geleverd. Ook in Noord-Europa liggen de aanbiedingen voor november hoger. Bij kwarto plaatstaal speelt de beschikbaarheid een belangrijke rol, maar ook import van walsplakken (slabs). In Italië lagen aanbiedingen begin september rond 740 – 760 euro per ton af fabriek. Er werd nog weinig materiaal tegen deze hogere prijzen verkocht. Tegelijk zijn de slabkosten gestegen en is voor oktober minder materiaal beschikbaar. In Duitsland is een belangrijk deel van de productiecapaciteit al gereserveerd voor grotere projecten. Aanbiedingen liepen daar begin september op tot 870 – 880 euro per ton af fabriek, al zijn verkopen boven 850 euro nog niet bevestigd.
Import wordt een belangrijkere factor in het prijsbeeld
Ook de ontwikkelingen rond import worden belangrijker voor de Europese staalprijzen. De benutting van de Europese importquota liep in augustus sterk uiteen. Vooral bij Sendzimir en kwartoplaat waren quota van verschillende belangrijke leveranciers al ver benut, terwijl bij warm- en koudgewalste coils meer ruimte beschikbaar bleef. Bij warmgewalste coils vormde Vietnam een uitzondering, waar het beschikbare quotum al grotendeels was verbruikt.
De importprijzen voor warmgewalste coils zijn verder opgelopen. Hierdoor wordt het prijsverschil met Europees materiaal kleiner zodra bijkomende kosten en risico’s rond invoer worden meegenomen. Import blijft een alternatief, maar is daardoor minder interessant dan eerder in het jaar en daarnaast meer risicovol dan voorheen.
Een verschuiving van import naar Europese productie betekent niet automatisch dat de staalvraag aantrekt. Europa’s grootste staalproducent heeft dit jaar hoogovens in Polen, Frankrijk en Spanje opnieuw opgestart. Het lijkt erop dat de toegenomen Europese productie een gevolg is van een verminderde importhoeveelheid en niet van een duidelijke verbetering van de vraag.
Vanaf 1 oktober moeten importeurs bovendien kunnen aantonen in welk land het staal daadwerkelijk is gesmolten en gegoten, waarbij een Mill Test Certificate het belangrijkste bewijsstuk wordt. In combinatie met vollopende quota en hogere importprijzen kan deze aanvullende documentatie, naast kostenverhogend, de invoer nog minder aantrekkelijk maken. Dat betekent niet automatisch dat Europese staalprijzen zullen stijgen, maar het kan de ruimte voor goedkope import bij sommige producten wel verder beperken.
Ook de ontwikkelingen in China blijven belangrijk voor de Europese staalmarkt. De gemiddelde dagelijkse staalproductie daalde in augustus naar het laagste niveau van 2026, maar de voorraden bij grote staalfabrieken namen eind augustus met ruim elf procent af. Echter laat de Chinese staalvraag nog geen overtuigend herstel zien en dus is het nog te vroeg om te concluderen dat hierdoor ook de globale exportdruk structureel zal afnemen.
Zwakke vraag blijft de rem
De Europese staalvraag laat ook na de zomervakantie nog geen verbetering zien, zo blijft bijvoorbeeld ook de behoefte in de Duitse bouwsector achter. Veel afnemers beschikken nog over voldoende materiaal en stellen nieuwe voorraadaankopen uit. Vooral bij warmgewalste coils blijft de koopactiviteit beperkt, waardoor staalfabrieken moeite hebben om de hogere vraagprijzen bij afnemers geaccepteerd te krijgen.
Servicecentra hebben moeite met de huidige marktsituatie. Hogere inkoopprijzen voor coils kunnen zij niet altijd doorberekenen aan hun klanten. Tegelijkertijd worden orders door eindgebruikers uitgesteld of geannuleerd. In de Italiaanse markt voor kwartoplaat bleef de handel na de vakantie beperkt, ondanks de duidelijk hogere aanbiedingen van staalfabrieken. Wel zijn er eerste tekenen van verbetering zichtbaar bij eindverbruikers doordat het lijkt dat er na de zomer nieuwe projecten werden opgestart.
De aanhoudend stijgende kosten, bijvoorbeeld voor energie en transport, in combinatie met stijgende grondstofprijzen, kunnen ook gevolgen hebben voor de Europese staalproductie. ArcelorMittal maakte begin september bekend de staalproductie in Duisburg in oktober 2027 te willen beëindigen. Ook de bouw van een elektrische vlamboogoven bleek onder de huidige omstandigheden in de Europese staalindustrie economisch niet haalbaar. Daarmee verdwijnt op termijn 1,3 miljoen ton jaarlijkse productiecapaciteit. De sluiting laat zien hoe lastig de positie van Europese staalproducenten blijft en hoe de huidige marktomstandigheden ook investeringen in groene staalproductie kunnen belemmeren.
Voor de komende periode wordt 1 oktober een belangrijk moment. Dan gaan nieuwe importquota van start en treedt tegelijkertijd de melt-and-pour-documentatieplicht in werking. Daarna zal duidelijker worden hoeveel geïmporteerd staal beschikbaar komt en tegen welke prijs.
Een andere belangrijke vraag is of Europese afnemers hun voorraden in het vierde kwartaal alsnog gaan aanvullen. Veel bedrijven hebben hun aankopen de afgelopen periode beperkt gehouden. Zolang er relatief weinig staal wordt gekocht, zullen de prijzen waarschijnlijk maar beperkt verder stijgen. Neemt de vraag wel toe terwijl de importmogelijkheden beperkter worden, dan kan het prijsbeeld snel veranderen. Meer vraag naar Europees staal kan in dat geval voor een nieuwe prijsstijging zorgen.
Arvedi
De Italiaanse staalproducent Arvedi heeft een bindend bod uitgebracht op ArcelorMittal-CLN (AMCLN). ArcelorMittal heeft besloten de geplande overname van het resterende belang van 51 procent niet door te zetten. Aanleiding zijn aanvullende voorwaarden die de Italiaanse overheid via haar zogenoemde golden power aan de overname heeft verbonden. Hierdoor ontstaat voor Arvedi de mogelijkheid om niet alleen het resterende belang, maar de volledige joint venture over te nemen. De stap komt op een moment dat ArcelorMittal en de Italiaanse overheid ook nog tegenover elkaar staan in het dossier rond de voormalige Ilva-staalfabriek. Het partnerschap tussen ArcelorMittal en CLN, dat in 2015 werd opgericht, lijkt daarmee na ruim tien jaar ten einde te komen.
Acciaierie d’Italia (ADI)
Federacciai, de Italiaanse branchevereniging voor staal, heeft samen met veertien staalbedrijven interesse getoond in de voormalige Ilva-staalfabrieken van Acciaierie d’Italia (ADI). Het gezamenlijke voorstel richt zich op de verdere verwerking van staal en niet op de primaire staalproductie in Taranto. Daarmee blijven de hoogovens buiten het plan. Eerdere interesse in ADI kwam onder meer van het Indiase Jindal Group en de Amerikaanse Flacks Group. Tegelijkertijd staat de toekomst van de staalproductie in Taranto onder druk. Het Hof van Beroep in Milaan heeft bevestigd dat ADI de warme staalproductie moet stilleggen vanwege onvoldoende milieumaatregelen. De hoogovens moeten binnen negentig dagen worden stilgelegd en de productie moet uiterlijk 28 oktober worden beëindigd, tenzij de milieubelasting en gezondheidsrisico’s voldoende worden aangepakt. Een belangrijke deadline is 16 september. Volgens ADI begint dan de natuurlijke afkoeling van één van de hoogovens, waarna een herstart technisch niet meer mogelijk zou zijn.
Tata Steel
Tata Steel Nederland heeft een nieuwe natuurvergunning aangevraagd voor de volledige staalproductielocatie in IJmuiden. De actualisering is nodig vanwege veranderde stikstofregels en moet tegelijk de basis vormen voor het groene staalproject en toekomstige investeringen in schonere staalproductie. De huidige natuurvergunning dateert uit 2016. Tata Steel verwacht dat de nieuwe vergunning meer duidelijkheid biedt voor zowel bestaande verduurzamingsmaatregelen als toekomstige projecten. De huidige vergunning blijft geldig totdat de nieuwe vergunning is verleend.
ThyssenKrupp
De Duitse staalproducent legt hoogoven 2 in Duisburg zoals gepland ongeveer zes weken stil voor een gedeeltelijke renovatie. De werkzaamheden moeten de betrouwbaarheid en continuïteit van de ruwijzerproductie de komende jaren waarborgen.
Indicatieve basisprijzen
| Indicatieve basisprijzen per ton | Warmgewalste coils | Koudgewalste coils | Sendzimir verz.coils | Kwartoplaat |
| Juli 2026 | € 695 – 710 | € 800 – 820 | € 795 – 815 | € 790 – 815 |
| Augustus 2026 | € 710 – 730 | € 815 – 830 | € 815 – 835 | € 800 – 830 |
| September 2026 | € 740 – 760 | € 840 – 860 | € 835 – 855 | € 820 – 845 |
*Bij deze prijzen dienen nog toeslagen voor kwaliteit, dikte/breedte/lengte en eventueel beitsen, evenals vrachtkosten gerekend te worden.







