KU-Leuven spin-off MATE Ergonomics ontwikkelt technologie die met video, sensoren en software het risico op spier- en gewrichtsklachten helpt voorspellen. Dat biedt ook kansen voor de maakindustrie, waar medewerkers regelmatig tillen, duwen, trekken en repeterende handelingen uitvoeren.

Fysieke overbelasting kan leiden tot gezondheidsklachten, ziekteverzuim en productiviteitsverlies. De Belgische start-up MATE Ergonomics wil bedrijven helpen die risico’s eerder en nauwkeuriger te herkennen. De spin-off van KU Leuven heeft software ontwikkeld die de fysieke belasting van werknemers analyseert en vertaalt naar een persoonlijke risico-inschatting en concrete aanbevelingen.
Voor machinebouwers en andere bedrijven in de maakindustrie kan de technologie interessant zijn om de ergonomie van werkplekken, assemblagelijnen en productieprocessen te verbeteren.
Van werkhouding naar totale lichaamsbelasting
Traditionele ergonomische beoordelingen maken vaak gebruik van observaties en checklists om ongunstige werkhoudingen te herkennen. Volgens MATE Ergonomics geven die methoden echter slechts een beperkt beeld van de belasting gedurende een volledige werkdag.
De software van MATE combineert biomechanische kennis met videobeelden en persoonlijke gegevens van werknemers, zoals leeftijd, lengte en gewicht. Daarmee bouwt de applicatie een digitale tweeling van de werknemer op. Vervolgens berekent de software welke belasting onder meer duw-, trek- en tilkrachten op het lichaam veroorzaken.
Het resultaat is een individuele risico-inschatting, die een bedrijfsergonoom kan gebruiken om werkzaamheden aan te passen of een onderbouwd schema voor functieroulatie op te stellen.
Volgens het bedrijf bedraagt de nauwkeurigheid van de risicovoorspellingen 77 procent. Ter vergelijking: met traditionele analysemethoden zou dit volgens MATE in slechts 9 procent van de gevallen lukken. Deze percentages zijn afkomstig van het bedrijf en vormen geen garantie voor de uitkomst bij iedere werknemer of werksituatie.
Interessant voor assemblage en productie
In de machinebouw komen uiteenlopende fysieke belastingen voor. Denk aan het monteren van zware onderdelen, het hanteren van componenten in lastige posities en het uitvoeren van repeterende handelingen aan assemblagelijnen. Door de belasting systematisch in kaart te brengen, kunnen bedrijven gerichter onderzoeken waar aanpassingen nodig zijn.
Dat kan bijvoorbeeld leiden tot een andere taakverdeling, meer afwisseling tussen werkzaamheden of aanpassingen aan de inrichting van een werkplek. Ook kan de informatie helpen om ergonomische risico’s mee te nemen bij het ontwerp van productieprocessen.
MATE kiest daarbij voor een andere benadering dan alleen het vermijden van bepaalde bewegingen. Volgens medeoprichter en CEO Arthur van der Have gaat het er vooral om de totale belasting beheersbaar te houden en werkzaamheden slim af te wisselen.
Europese ambities
MATE Ergonomics is voortgekomen uit de onderzoeksgroep Biomechanica van de Menselijke Beweging aan KU Leuven. De technologie bouwt voort op onderzoek van professor Ilse Jonkers en onderzoekers Arthur van der Have en Bryce Killen. Ook softwareingenieur Kevin Vandenheede is medeoprichter.
De onderneming haalde 665.000 euro aan startkapitaal op bij onder meer investeringsmaatschappij LRM, het Gemma Frisius Fonds en verschillende business angels. Met die investering wil het bedrijf zijn technologie verder ontwikkelen en de marktpositie uitbreiden.
MATE richt zich aanvankelijk op bedrijven met 250 of meer werknemers in België, Duitsland en Frankrijk. Het bedrijf meldt inmiddels klanten te hebben in onder meer de maakindustrie, retail en arbeidsgerelateerde preventie.
De ambitie is om uit te groeien tot een internationale standaard voor werkgerelateerde ergonomie. Voor industriële bedrijven kan de ontwikkeling een extra hulpmiddel bieden om fysieke belasting niet alleen achteraf te beoordelen, maar ook gerichter mee te nemen in de organisatie en inrichting van het werk.
Meer informatie: MATE Ergonomics.






