Het vierde kwartaal is voor de Europese staalmarkt met opvallende ontwikkelingen begonnen. Al in de eerste dagen van oktober werd bij verschillende staalproducten meer materiaal voor import aangemeld dan binnen de beschikbare quota paste. Tegelijkertijd zorgen beperktere importmogelijkheden, afnemende voorraden en staalfabrieken die tijdelijk uit de markt zijn voor een krapper aanbod binnen Europa. Dat meldt Noviostaal in het laatste Staaljournaal.

De Europese staalprijzen zijn ten opzichte van september over het algemeen weinig veranderd. Toch zijn er signalen die de prijsontwikkeling kunnen beïnvloeden. Sommige staalfabrieken hebben hun orderboeken voor het vierde kwartaal grotendeels gevuld en realiseren bij nieuwe transacties iets hogere prijzen.
Daartegenover staat dat de staalvraag matig blijft. Veel afnemers kopen enkel wat zij op dit moment daadwerkelijk nodig hebben. De komende weken moet blijken welk effect de beperktere beschikbaarheid van staal heeft op een markt waarin de vraag nauwelijks verbetert.
Importquota zorgen direct voor onzekerheid
De start van het vierde kwartaal op 1 oktober bracht direct beweging bij de Europese staalimport. Vooral bij Sendzimir verzinkt staal werden grote volumes aangemeld. Op 2 oktober waren bij 6 van de 22 importquota de aangevraagde hoeveelheden al groter dan de beschikbare ruimte. Bij sommige quota ging het zelfs om meer dan het dubbele.
Ook bij warmgewalste coils was de belangstelling voor Turks staal groot. In de eerste dagen van oktober werd voor bijna 379.000 ton een verzoek tot invoer ingediend, tegenover een landenquotum van ongeveer 161.000 ton. Bij onder andere kwartoplaat, betonstaal en verschillende soorten buizen werden eveneens voor meerdere landen grotere volumes aangemeld dan binnen de quota pasten.
Dit betekent niet dat al het aangemelde staal daadwerkelijk is ingevoerd of dat de quota definitief zijn uitgeput. Wel maakt het duidelijk hoe snel de beschikbare importruimte onder druk kan komen. Voor afnemers wordt inkopen buiten de EU daardoor minder voorspelbaar. Bij overschrijding van een quotum wordt geïmporteerd staal, vanwege de aanvullende invoerheffingen die in sommige gevallen kunnen oplopen tot vijftig procent, aanzienlijk duurder. Daardoor kan de belangstelling voor Europees geproduceerd staal toenemen, ook wanneer de totale staalvraag matig blijft.
Daarnaast spelen de Europese CO2-regels een steeds grotere rol. Door CBAM kunnen de kosten voor CO2-uitstoot bij staalimport toenemen. Ook de sterker geworden Amerikaanse dollar maakt staalimport duurder, doordat veel staalproducten internationaal in dollars worden verhandeld. Europese producenten krijgen de komende jaren juist geleidelijk minder gratis emissierechten, waardoor ook hun kosten kunnen stijgen. Hoge energiekosten, zoals in Duitsland, blijven bovendien een uitdaging. Strengere importregels nemen die kosten niet weg en betekenen dus niet automatisch dat Europese staalfabrieken goedkoper kunnen produceren.
Aanbod bij sommige staalproducten wordt krapper
Vooral in westelijk Europa zijn er signalen dat warmgewalste coils minder ruim beschikbaar zijn. Verschillende producenten hebben hun orderboeken voor het vierde kwartaal grotendeels gevuld. Eén producent meldde dat 95procent van zijn beschikbare productie al was verkocht en trok zijn aanbiedingen voorlopig terug. Bij nieuwe opdrachten worden soms iets hogere prijzen gerealiseerd.
De prijsontwikkeling verschilt per regio en staalproduct. In Italië blijft de markt relatief rustig en is er nog ruimte voor onderhandelingen. Bij Sendzimir verzinkt staal worden importaanbiedingen uit onder andere Vietnam en India hoger, terwijl de Europese staalprijzen redelijk stabiel blijven. Producenten van kwartoplaat houden steviger vast aan hun verkoopprijzen en bij profielstaal worden soms iets hogere prijzen gerealiseerd. Het gaat vooralsnog om beperkte prijsveranderingen bij specifieke producten, terwijl de huidige vraag grotere prijsbewegingen blijft afremmen.
Zwakke vraag tegenover afnemende voorraden
In lijn met de zich weinig verbeterende staalbehoefte in Europa, heeft Eurofer de groeiverwachting voor de staalafname in 2026 verlaagd van 0,4 naar 0,1 procent. Daarmee komt het verbruik op 135 miljoen ton voor het hele kalenderjaar. Voor 2027 wordt een groei van 2,3 procent verwacht, tot 138 miljoen ton. Dat is nog altijd ongeveer zeven miljoen ton minder dan in 2019.
Ook wereldwijd zijn de verwachtingen naar beneden bijgesteld. Voor 2026 wordt nu uitgegaan van een vrijwel gelijkblijvend staalverbruik van ongeveer 1,72 miljard ton. In 2027 wordt een groei van 1,7 procent verwacht. Vooral de aanhoudend achterblijvende vraag in China drukt de vooruitzichten aldaar, terwijl buiten China de verwachting van een geleidelijk herstel grotendeels overeind blijft.
De Europese staalexport naar landen buiten de EU daalde in de eerste zes maanden van dit jaar met twintig procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025. China blijft ondertussen grote hoeveelheden staal exporteren. In augustus ging het om ruim tien miljoen ton en over de eerste acht maanden om ongeveer 75 miljoen ton, al lag dat laatste volume drie procent lager dan een jaar eerder. Buitenlandse afzetmarkten blijven belangrijk voor Chinese staalproducenten, terwijl sommige fabrieken hun productie vanwege de matige binnenlandse vraag en lage winstgevendheid hebben teruggeschroefd.
Ook de auto-industrie speelt een belangrijke rol. Onlangs hebben de EU en China afspraken gemaakt over de beperking van de export van Chinese hybride auto’s naar Europa, met een genoemd maximum van ongeveer 350.000 voertuigen per jaar en ruimte voor beperkte groei. Of en wanneer zulke afspraken ingaan, is nog onzeker. Ze kunnen de concurrentieverhoudingen tussen autofabrikanten veranderen en wellicht op termijn positieve effecten hebben op de Europese staalvraag.
Met het einde van het jaar in zicht blijven veel Europese staalafnemers voorzichtig met hun inkopen. Door de beperkte vraag en de moeite om hogere kosten door te berekenen, houden bedrijven hun voorraden bij voorkeur laag. Bij staalhandelaren en servicecentra zijn de voorraden de afgelopen maanden ondertussen geleidelijk afgenomen, doordat relatief weinig materiaal is bijgekocht. De mogelijkheid van hogere staalprijzevn voor leveringen vanaf januari zorgt echter voor enige twijfel. Sommige afnemers overwegen daarom eerder materiaal in te kopen, terwijl anderen liever afwachten en daarmee het risico lopen later tegen hogere prijzen te moeten inkopen.
De komende weken moet blijken of de lagere voorraden in november tot meer bestellingen leiden. Dat hangt vooral af van de orders die afnemers zelf ontvangen. Wanneer de inkoopbehoefte toeneemt, kunnen beperktere importmogelijkheden en een krapper aanbod bij sommige Europese producenten de staalprijzen verder ondersteunen. Blijft de vraag daarentegen terughoudend, dan zal een duidelijke prijsstijging moeilijker te realiseren zijn.
Arvedi
De geplande overname van ArcelorMittal CLN Distribuzione Italia door staalproducent Arvedi loopt vertraging op door een klacht bij de Europese mededingingsautoriteiten. Vakbonden vrezen voor de werkgelegenheid en vragen de Italiaanse overheid om in te grijpen. Arvedi meldde de overname op 10 september bij de Europese Commissie. Het gaat om de distributie en verwerking van vlakstaal via Italiaanse staalservicecentra. Eerder zag ArcelorMittal af van de aankoop van het resterende belang van 51 procent in ArcelorMittal CLN, nadat de Italiaanse overheid zeven voorwaarden had gesteld. Arvedi bracht vervolgens een bindend bod uit.
Acciaierie d’Italia
De toekomst van de staalfabriek in Taranto blijft onzeker nadat een rechtbank in Milaan het beroep tegen de verplichte stillegging van de hoogovenactiviteiten heeft afgewezen. De enige nog operationele hoogoven, met een capaciteit van twee miljoen ton per jaar, moet uiterlijk 28 oktober worden stilgelegd als niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Acciaierie d’Italia is opnieuw in beroep gegaan. Het Italiaanse Hof van Cassatie behandelt de zaak naar verwachting op 20 oktober. De juridische procedures houden verband met zorgen over milieu- en gezondheidsrisico’s. Taranto beschikte oorspronkelijk over een aanzienlijk grotere productiecapaciteit, maar draait inmiddels op een fractie daarvan. Een definitieve stillegging kan ook gevolgen hebben voor de noordelijke vestigingen, waar staalrollen uit Taranto verder worden verwerkt. De Italiaanse overheid zoekt ondertussen een nieuwe eigenaar voor de staalproducent.
ArcelorMittal
ArcelorMittal heeft de productie op verschillende Europese locaties aangepast. In België is de verzinklijn Galva 5 in Flémalle na vier jaar stilstand opnieuw opgestart. In Duitsland heeft ArcelorMittal Eisenhüttenstadt hoogoven 5A opnieuw in bedrijf genomen na een storing eind september. De toekomst van de hoogoven blijft onzeker, nadat de geplande verduurzamingsprojecten in Eisenhüttenstadt en Bremen zijn afgeblazen. In het Spaanse Gijón lag de staalproductie van 28 september tot en met 3 oktober tijdelijk stil vanwege een beperkte orderportefeuille voor staaldraad. Het was een van meerdere tijdelijke productiestops die de fabriek dit jaar heeft doorgevoerd.
Indicatieve basisprijzen
| Indicatieve basisprijzen per ton | Warmgewalste coils | Koudgewalste coils | Sendzimir verz.coils | Kwartoplaat |
| Augustus 2026 | € 710 – 730 | € 815 – 830 | € 815 – 835 | € 800 – 830 |
| September 2026 | € 740 – 760 | € 840 – 860 | € 835 – 855 | € 820 – 845 |
| Oktober 2026 | € 745 – 765 | € 840 – 865 | € 835 – 855 | € 830 – 850 |
*Bij deze prijzen dienen nog toeslagen voor kwaliteit, dikte/breedte/lengte en eventueel beitsen, evenals vrachtkosten gerekend te worden.
***Genoemde prijzen zijn indicatief, circa en geheel vrijblijvend.







